Wat is Dramatherapie?


Dramatherapie maakt gebruik van onder andere rollenspel, improvisatie, verhalen maken en psychodramatechnieken. Bij dramatherapie heb je de mogelijkheid om in een veilige spelomgeving te oefenen met ander gedrag door middel van verschillende rollen. Je kunt onder andere leren gevoelens te herkennen en op verschillende manieren te uiten, of grenzen aan te geven.

Dramatherapie is een erkende behandelmethode binnen de geestelijke gezondheidszorg die theater- en dramatechnieken gebruikt om emotionele, sociale en psychische problemen te behandelen.

Onderzoek toont aan dat traumatische ervaringen vaak worden opgeslagen in het lichaam. Buiten dat dramatherapie hier effectief kan zijn, is het breder inzetbaar. De behandelvorm is effectief bij diverse problematiek omdat het rechtstreeks werkt met lichamelijke reacties door beweging, houding en expressie.

Wanneer we bewegen en spelen, stimuleren we neuroplasticiteit – het vermogen van de hersenen om nieuwe verbindingen te maken. Dit helpt niet alleen bij trauma, maar ook bij angst, depressie, sociale problemen, zelfbeeldissues en relationele moeilijkheden. Door nieuwe ervaringen in het lichaam op te doen, kunnen oude patronen doorbroken worden – ongeacht of deze ontstaan zijn door trauma, opvoeding, of andere levenservaringen.

De kracht van dramatherapie ligt in het feit dat het werkt met de natuurlijke manier waarop we leren: door ervaring en spel, niet alleen door denken en praten. Zoals het zo mooi wordt verwoord: “Door ervaring komt beweging. Door beweging komt verandering.”

Renee Emunah ontwikkelde het vijf-fasenmodel dat laat zien hoe we via spel en drama naar integratie bewegen.

Sue Jennings introduceerde het EPR-model (Embodiment-Projection-Role), waarbij we eerst ons lichaam verkennen, dan projecteren op objecten, en uiteindelijk rollen aannemen.

Phil Jones benadrukt dat dramatherapie werkt via ‘dramatic projection’ – we kunnen veilig experimenteren door onszelf in rollen en verhalen te plaatsen. Hierdoor ontstaat ‘distancing’: genoeg afstand om te kunnen kijken, dichtbij genoeg om te voelen.

Gerrit Smeisters toont aan hoe kunsttherapieën, waaronder dramatherapie, werken via embodied cognition – de wisselwerking tussen lichaam en geest.

Robert Landy ontwikkelde de Role Theory, waarin hij stelt dat we allemaal een repertoire aan rollen hebben. Dramatherapie helpt mensen nieuwe rollen te ontdekken en rigide rolpatronen te doorbreken.

Dramatherapie combineert uitstekend met verschillende andere therapeutische benaderingen:

Psychodrama – Ontwikkeld door Jacob Moreno, gebruikt rollenspel en spontane actie om persoonlijke problemen te verkennen en op te lossen. De kracht ligt in “don’t tell it, show it” – in plaats van over problemen te praten, speel je ze uit. Psychodrama zoekt naar spontaniteit en creativiteit als genezende krachten, waarbij nieuwe oplossingen ontstaan door het uitproberen van andere rollen en perspectieven. Deze ervaringsgerichte benadering sluit naadloos aan bij dramatherapie.

Transactionele Analyse (TA) – Helpt mensen hun communicatiepatronen en relationele rollen te begrijpen door het analyseren van ego-toestanden (Ouder, Volwassene, Kind).

Schematherapie – Richt zich op diepgewortelde patronen (schema’s) die ontstaan in de kindertijd. Dramatherapie kan deze schema’s zichtbaar maken door rollen en verhalen.

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) – Deze derde generatie gedragstherapie focust op psychologische flexibiliteit via de hexaflex: zes kernprocessen (acceptatie, cognitieve defusie, mindfulness, waarden, gecommitteerde actie en zelf-als-context). Vooral defusie – het loskomen van gedachten en ze zien als gedachten in plaats van feiten – wordt krachtig ondersteund door dramatherapie. Deze abstracte concepten kunnen letterlijk voelbaar gemaakt worden in de ruimte: waarden worden uitgespeeld, acceptatie wordt lichamelijk ervaren, en defusie wordt geoefend door gedachten een rol te geven of ze fysiek buiten jezelf te plaatsen.

Polyvagaal Theorie – Stephen Porges’ theorie over het autonome zenuwstelsel. Dramatherapie werkt direct met de lichamelijke reacties die deze theorie beschrijft.

Deze integratie versterkt de therapeutische werking door verschillende ingangen tot verandering te bieden – cognitief, emotioneel, lichamelijk en relationeel.

Ons ‘denkende brein’ kan offline gaan bij intense emoties. Dramatherapie bereikt diepere lagen door:

  • Embodiment: Het lichaam als bron van informatie
  • Symbolisch werken: Metaforen die verder gaan dan woorden
  • Speelse exploratie: Veilig nieuwe gedragingen uitproberen

Dramatherapie is nog niet volledig evidence-based, echter zijn er wel onderzoeken die positieve effecten aantonen bij PTSS, angst, sociale vaardigheden en zelfbeeld. De kracht ligt in de combinatie van cognitieve inzichten én lichamelijke ervaring.

Dramatherapie maakt gebruik van onze natuurlijke neiging tot spel en verhaal om duurzame verandering te creëren – niet alleen in ons denken, maar in ons hele zijn.


Bronnen:

  • Doidge, N. (2007). The Brain That Changes Itself. Penguin Books.
  • Emunah, R. (1994). Acting for Real: Drama Therapy Process, Technique, and Performance. Brunner/Mazel.
  • Hayes, S. C., Strosahl, K. D., & Wilson, K. G. (2011). Acceptance and Commitment Therapy: The Process and Practice of Mindful Change. Guilford Press.
  • Jennings, S. (1998). Introduction to Dramatherapy. Jessica Kingsley Publishers.
  • Jones, P. (2007). Drama as Therapy: Clinical Work and Research into Practice. Routledge.
  • Karkou, V. & Sanderson, P. (2006). Arts Therapies: A Research-based Map of the Field. Elsevier.
  • Landy, R. (1993). Persona and Performance: The Meaning of Role in Drama, Therapy, and Everyday Life. Guilford Press.
  • Moreno, J. L. (1953). Who Shall Survive? Foundations of Sociometry, Group Psychotherapy and Psychodrama. Beacon House.
  • Porges, S. (2011). The Polyvagaal Theory. W.W. Norton & Company.
  • Smeisters, G. (2008). The Arts as Therapy. Jessica Kingsley Publishers.
  • Van der Kolk, B. (2014). The Body Keeps the Score. Viking.
  • Vaktherapie Nederland. (2024). Dramatherapie. Geraadpleegd van https://www.vaktherapie.nl/dramatherapie
  • Young, J. E., Klosko, J. S., & Weishaar, M. E. (2003). Schema Therapy: A Practitioner’s Guide. Guilford Press.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *